Jordi Heemskerk
Het hoofdproject is de SYNABS-studie, waarin we de relatie onderzoeken tussen SV2A-expressie en behandeluitkomst bij patiënten met therapieresistente depressie die niet-chirurgische hersenstimulatie (rTMS of ECT) krijgen. SV2A, een synaptisch blaaseiwit dat meetbaar is met [18F]SynVesT-1 PET-scans, dient als biomarker voor synapsdichtheid. Onze hypothese is dat patiënten die op de behandeling reageren een toename in SV2A-binding zullen laten zien, terwijl niet-responders dat niet doen. Zo willen we de neurobiologie van therapieresistente depressie en de werkingsmechanismen van deze hersenstimulatiemethoden beter begrijpen.
Om deze bevindingen in context te plaatsen, voer ik een aanvullend postmortem-onderzoek uit naar synapsdichtheid en SV2A-expressie in hersenweefsel van depressieve en controle-donoren. Met immunohistochemie, gebruikmakend van meerdere synaptische merkers (SV2A, synaptophysin, bassoon, VGLUT1, VGAT, PSD95, gephyrin) in belangrijke hersengebieden die bij depressie betrokken zijn, onderzoeken we direct veranderingen in de dichtheid van exciterende en inhibitoire synapsen bij MDD over alle zes corticale lagen. We kijken ook of veranderingen in SV2A-expressie overeenkomen met veranderingen in het aantal synapsen. Een selectie van de gevallen ondergaat autoradiografie met [18F]SynVesT-1, waardoor we laag-specifieke binding kunnen analyseren, deze bevindingen kunnen valideren en klinische PET-observaties kunnen koppelen aan onderliggende synaptische pathologie.
Het derde project richt zich op het verbeteren van de fenotypering en karakterisering van psychiatrische donoren in de Netherlands Brain Bank (NBB) Psy-cohort. Op dit moment zijn er geen ernstmaten beschikbaar voor de psychiatrische donoren van de Nederlandse Hersenbank. Bovendien worden we beperkt door het ontbreken van bevestigende biologische markers – problemen die bij neurologische ziekten niet spelen. Deze heterogeniteit verkleint de statistische power in vervolgonderzoek aanzienlijk. Om dit aan te pakken werk ik samen met klinische collega’s en onderzoekers uit meerdere werkpakketten aan een strenger karakteriseringssysteem, dat met behulp van LLM’s geautomatiseerd wordt. Dit omvat ernstscores en classificatie op basis van evidence-based kaders zoals het HiTOP-model, dat psychiatrische problematiek dimensioneel in kaart brengt, voorbij de traditionele categorische diagnosesystemen. We hopen dat de resultaten van ons project iCNS-collegaonderzoekers – en de bredere onderzoeksgemeenschap – voorzien van de noodzakelijke data voor state-of-the-art onderzoek naar psychiatrische stoornissen.